Helden zonder glorie
Ferdia Lennon
Gelon: visionair, dromer, liefhebber van Griekse tragedies
Lampo: werkloos, vriend van Gelon, verliefd op slavin Lyra
Beiden lokale pottenbakkers met amper een obool op zak.
Het is 412 v.Chr., de invasie van Sicilië door Athene in de Peleponnesische Oorlog is catastrofaal mislukt. Duizenden Atheense krijgsgevangenen zijn opgesloten in een steengroeve in Syracuse, waar ze in de verzengende hitte creperen van de honger.
Dan komt Gelon op een idee: we gaan Medeia opvoeren in de steengroeve. En wie regels van Euripides kan declameren, mag meedoen en krijgt brood, olijven en wijn. Want je kunt de indringers haten, maar toch van hun dichtkunst houden, meent Gelon. Het is gewaagd. Het is niet zonder gevaar. En het project zal het slechtste en het beste in de mens naar boven halen.
‘Helden zonder glorie vormt in zekere zin de andere kant van het verhaal in Alkibiades van Ilja Leonard Pfeiffer. In die roman speelt dezelfde expeditie een grote rol, maar dan bezien vanuit de Atheense politicus, die na de mislukking op zoek gaat naar nieuwe avonturen, terwijl je hier het lot van de achtergebleven voetsoldaten voltrokken ziet worden.’ – vertaler Peter Valkenet

Ferdia Lennon