Een begin zou bijvoorbeeld als volgt kunnen luiden:
Donderdag 13 april 2023, begraafplaats Palamós, een dorp van achttienduizend inwoners aan de Spaanse Costa Brava. Drie personen – twee mannen, een vrouw – zijn op zoek naar een graf. Er zijn praalgraven, lange rijen met nissen en een paar grafstenen. Ze hebben geen aanwijzingen, maar hun gezond verstand zegt hun dat ze niet op zoek zijn naar een praalgraf – te weelderig – ook niet naar een nis – te volks – maar naar een grafsteen. Maar hoewel het een kleine begraafplaats betreft, is het graf onvindbaar. De vrouw zoekt snel iets op via Google, vindt een naam met een afbeelding erbij en zegt tegen de mannen: ‘Dit is de grafsteen. Hier moeten we naar zoeken.’
Ze lopen over de paden waarover ze al eerder tevergeefs hadden gelopen. Plotseling blijft een van hen stilstaan.
‘Hier. Dit is hem.’
Hij zegt het afgemeten, alsof hij zijn enthousiasme wil temperen, alsof hij bang is dat hij het mis heeft, of juist goed. Het is een grote, zwartgranieten steen. Aan de voet liggen kunstbloemen die er nog nieuw uitzien.

Een schim aan de Costa Brava
Leila Guerriero
In 1960 kwam Truman Capote aan in Palamós aan de Costa Brava. Hij hoopte dat een korte pauze van het sociale leven in New York hem zou helpen het boek af te maken dat hij aan het schrijven was, over twee jonge mannen die veroordeeld waren voor een gruwelijke moord. Uiteindelijk verbleef hij drie jaar in Europa in een pijnlijke zelfverbanning, worstelend met zijn materiaal, werkend aan zijn meesterwerk In Cold Blood, en wachtend op de gebeurtenis die hem in staat zou stellen het af te maken: de executie van die twee mannen.
In de voetsporen van Capote in Palamós vindt schrijver en journalist Leila Guerriero maar weinig terug van die turbulente jaren. Terwijl ze een wirwar van tegenstrijdige lokale verhalen en flagrante verzinsels doorploegt, onderzoekt ze het genre van de literaire non-fictie – waarin ook zij een meester is.
Een gewaagde mengeling van reportage, literaire kritiek en biografie door de ‘Latijns-Amerikaanse Joan Didion’.