‘Anna Politkovskaja, de in 2006 vermoorde Russische journaliste die vastbesloten was om de gruwelen van de Tsjetsjeense oorlogen aan het licht te brengen, bracht me op het spoor van het onderwerp voor mijn volgende roman. Ook las ik ergens over het verlof van een Russische legereenheid in een afgelegen Tsjetsjeens dorp tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog – en over hoe onder andere een 18-jarig meisje het slachtoffer werd van een dergelijk bizarre beslissing. Na zware strijd een verlof opleggen naast de woonplaats van de vijand, wie verzint zoiets? Het thema oorlog houdt me al heel lang bezig, maar dit verhaal bood me nog weer een nieuw perspectief over de krankzinnigheid ervan.

Onderzoek doen in Tsjetsjenië in klassieke zin was natuurlijk niet mogelijk, het is een dictatuur, een visum verkrijgen was al een hele klus. Maar ik wilde toch een indruk krijgen van de sfeer, ik wilde weten wat ik daar zou zien en aantreffen. Het was een heel zonderlinge ervaring. Geweldig gastvrije mensen ontmoette ik, maar men is ook bang. Het verleden is volstrekt taboe, daar kan niet over worden gesproken; sporen van de oorlog zijn zoveel mogelijk uitgewist, en alles lijkt één grote theatercoulisse op een nieuw, schoongeveegd podium – in blinkend neonlicht.’

Nino Haratischwili