Menu

Nargis
Forugh Karimi
Omschrijving
Mijn naam is Nargis en ik ben zeventien. Mijn vader zegt dat als hij had geweten dat narcissen in Nederland geen geur hebben, hij me een andere naam had gegeven. Maar toen ik geboren werd, woonden mijn ouders hier nog niet zo lang, en als je in een azc woont kom je niet zo veel in aanraking met bloemen. Volgens babá ruiken narcissen in Afghanistan heel lekker, maar ik weet niet zeker of dat waar is. Hij vindt álles van vroeger mooier en beter.
Het leven Nargis staat op zijn kop. Haar broer Omid zit vast, haar zus Niloufár beschadigt zichzelf, haar moeder zit wezenloos op de bank naar de Afghaanse televisie te kijken en haar vader zit avond aan avond stiekem wodka te drinken in de schuur.
We zijn losse eilandjes, deinend op een zee die omvat wordt door de muren van ons huis. Ik denk dat die muren ons niet lang meer bij elkaar kunnen houden. Wij kijken elkaar niet meer echt aan. Iedereen begroet de lucht, elkaars voeten, de meubels waar de ander toevallig naast staat.
Maar dan stelt haar broer Nagris een vraag die alles op scherp zet en is het aan haar om te ontrafelen wat er precies is misgegaan - en het gezin weer bij elkaar te brengen.
Reacties op dit boek
'Ik wilde niet te snel lezen; ik genoot, want Forugh weet zoveel verhalen te verbinden met elkaar. Je leeft echt mee met de strubbelingen en strijd van deze familie. Een kleine, sublieme roman.'
'Ik was zo onder de indruk van Nargis dat ik metéén een ander boek van de auteur heb gekocht en gelezen, en dat gebeurt me bijna nooit!'
'Met precisie en veel inlevingsvermogen ontrafelt Forugh het grote geheim dat de familie van Nargis in haar greep houdt. Een prachtig verhaal over het, uit liefde, nemen van verantwoordelijkheid en maken van keuzes.'
Leesfragment
1
‘Ah toe, Omíd! Nog een keer, nog een keer!’
‘Nou, vooruit dan.’ Omíd zucht diep, maar ik zie de twinkeling in zijn ogen. Hij pakt me bij mijn middel vast en tilt me hoog boven zijn hoofd. Ik strek mijn armen als hij begint te draaien. ‘De helikopter van lallá Omíd!’ roept hij. ‘Wie is de volgende passagier?’
Niloufár lacht.
Babá lacht ook en richt even de sproeier van de tuinslang op ons.
Ik joel. Vanuit de hoogte zie ik de waterdruppels op de rozenstruiken glinsteren als minuscule goudstukken.
Omíd schatert en gaat door met draaien.
‘Pas op, Omíd! Als je haar laat vallen, breekt ze al haar botten, één voor één!’ Mama’s stem.
Ik trek me er niks van aan. Ik lach en ik gil, en ik wil dat Omíd nooit stopt. Maar langzaam vermindert hij vaart, tot hij stilstaat en me op het stukje gras naast de potten met kruiden neervlijt.
De geur van koriander.
Ook de hemel stopt met draaien.
Wolken. Veel wolken.
Iemand snikt.
Iemand brult.
‘Zo’n lieve jongen en dan zoiets!’ fluistert iemand in mijn oor.
-
Ik zit rechtop in bed. Mijn tekstboek Latijn glijdt over mijn dekbed en valt op de grond. Het lampje op mijn bureau is aan, ik moet in slaap zijn gevallen terwijl ik aan het leren was voor de proefvertaling van morgen. Flarden van een droom doemen op, maar als ik me erop concentreer vallen ze uit elkaar als sneeuwvlokken op een warme handpalm.
Kwam het kabaal dat ik hoorde uit mijn droom? Maar nee, ik hoor weer stemmen, het zijn mijn ouders die beneden aan het ruziën zijn. Vroeger zou ik van zoiets in de stress schieten, nu voel ik vooral een soort blijdschap. Misschien omdat het zo lang geleden is dat ze ruziemaakten. Ik houd mijn adem in en probeer goed te luisteren naar wat ze zeggen, maar ze zijn weer stil.
Ik spring op om naar Niloufár te rennen. Voordat ik op de overloop sta herinner ik me dat ze zichzelf vanavond weer gesneden heeft, tenminste, dat vermoed ik. Ze zal niet voor me opendoen, dat weet ik van de andere keren. Het maakt niet uit wat ik door de kier onder haar deur of via het sleutelgat fluister, ze zal niet reageren. Het heeft ook geen zin om haar appjes te sturen, mijn zus zet op dit soort avonden haar telefoon uit.
Over deze auteur
Forugh KarimiForugh Karimi
Forugh Karimi (1971, Kabul) kwam als 25-jarige op de vlucht voor de oorlog in Afghanistan in Nederland terecht. Ze vervolgde hier haar studie geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en heeft inmiddels een eigen praktijk als psychiater en psychotherapeut.
Meer over deze auteur