Menu

Het broze licht
Tomás González
Omschrijving
In Het broze licht vertelt González het verhaal van een gezin dat het heeft aangedurfd de dood in hun leven toe te laten. Hij toont ons dat wanneer de dood aanstaande is, er geen andere remedie is dan vertellen en het leven opeisen.
Eén familie, drie zoons. Jacobo, de oudste, is na een zwaar auto-ongeluk verlamd vanaf zijn nek. Dat is niet het ergste, het ergste is de pijn. Die wordt zo ondraaglijk dat hij uiteindelijk besluit zijn leven te beëindigen. Terwijl Jacobo met zijn broer naar ergens in de Verenigde Staten reist waar een zelfverkozen dood juridisch is toegestaan, ondergaan de andere familieleden thuis in New York en op afstand dit pijnlijke proces en putten tegelijkertijd hoop uit de onvermijdelijke vraag: wat als hij zich op het allerlaatste moment bedenkt? Ondanks, of misschien dankzij de pijn, ziet de vader van Jacobo, David, schoonheid in het alledaagse en toont op die momenten de wereld door de ogen van de schilder die hij is.
Twintig jaar na dato – David is bijna blind en kan niet meer schilderen – gebruikt hij in plaats van penselen woorden om de rouw en het verlies te onderzoeken.
In Het broze licht vertelt González het verhaal van een gezin dat het heeft aangedurfd de dood in hun leven toe te laten. De veelvuldige telefoongesprekken tussen Jacobo en zijn broer en de rest van het gezin in New York zijn hartverscheurend. Ze maken Het broze licht tot een wonderbaarlijk mooie roman over rouw en aanvaarding, in glasheldere taal en beelden.
Reacties op dit boek
'De roman is niet lang, maar hij mag waarachtig ook niet langer zijn, want hij vraagt het uiterste van de lezer. Je meent de klok te horen tikken, terwijl je met het verslagen gezin wacht op het bericht van zijn dood.'
'[González] heeft een wonderlijk vermogen om het alledaagse te verheffen en het met zinnelijke details en zorgvuldige observaties te veranderen in onvergetelijke beelden.'
Leesfragment
1
Die nacht lag ik lang wakker. Sara, naast me, sliep ook al niet. Ik keek naar haar bruine schouders, haar rug, die nog slank was voor haar negenenvijftig jaar, en vond troost in haar schoonheid. Van tijd tot tijd hielden we elkaars hand vast.
Niemand sliep in het appartement, niemand praatte, zo nu en dan hoestte er iemand of ging plassen en kroop weer in bed. Vrienden van ons, Debrah en James, waren gekomen om ons een hart onder de riem te steken en hadden zich op een matras in de woonkamer geïnstalleerd. Venus, de vriendin van Jacobo, sliep op zijn kamer. Mijn twee zoons Jacobo en Pablo waren twee dagen eerder in een huurbusje van Rent-A-Car naar Chicago gereden, waar ze het vliegtuig naar Portland hadden genomen. Op zeker moment meende ik zacht gitaargetokkel te horen in de kamer van Arturo, mijn derde zoon. Op straat klonken de nachtkreten van de Lower East Side, de eeuwige kapotgesmeten flessen. Om drie uur ’s nachts, of daaromtrent, kwamen er met hol geronk twee of drie motoren van de Hells Angels langs, die twee straten verderop hun honk hadden.
Ik sliep bijna vier uur achter elkaar, droomloos, tot ik om zeven uur gewekt werd door een steek in mijn buik vanwege de dood van mijn zoon Jacobo, die we voor zeven uur ’s avonds in Portland, tien uur New York, gepland hadden.
Over deze auteur
Tomás GonzálezTomás González
Tomás González studeerde filosofie, was barman in een nachtclub in Bogotá, fietsenmaker in Miami, en hij woonde zestien jaar in New York als journalist en vertaler.
Meer over deze auteur