Menu

Marmer, kwik, nevel
Omschrijving
Het begint niet met een wit vel papier, maar met een wit blok, een bijna zeventien ton wegend monster van massief marmer. Maanden na een ontmoeting op een veerboot voor de kust van Thassos, laat de steen Judith Schalansky niet los. Het leidt haar via een sneeuwwit spoor naar de marmergroeven en beeldhouwateliers, door de donkere, vaak gewelddadige geschiedenis van materiaalwinning en wereldverovering.
Een workshop aan de kunstacademie van Guadalajara mondt uit in een roekeloze, levendige performance als verdedigster van de boekcultuur. En de reconstructie van een beklimming, lang geleden, van de meestal in mist gehulde berg de Brocken, verdicht zich tot een encyclopedie van ondoorzichtigheid.
Marmer, kwik, nevel verbindt geschiedenis en heden, mythe en realiteit op onmiskenbare ‘Schalanskyeske’ wijze.
Drie vermetele expedities – naar het concrete, naar het ongrijpbare, naar het schimmige.
Reacties op dit boek
‘“In het begin was er niet het Woord of het Licht, maar de nevel.” Sissende stoom. Zelden is deze mooier tot literatuur gecondenseerd dan bij Judith Schalansky.’
‘Alsof het volkomen terloops is, haalt Schalansky de grote maatschappelijke vraagstukken over milieuvernietiging, kunstmatige intelligentie en vooral over patriarchaal geweld haar zinnen binnen, tot het Pelicot-proces aan toe.’
'Wat een boek!'
‘Ze observeert nauwkeurig, maar legt tegelijkertijd schijnbaar moeiteloos verbanden – en dankzij haar uitgebreide kennis op het gebied van geschiedenis, natuurwetenschappen en taalkunde komen veel verbanden even verrassend als vanzelfsprekend over.’
‘Ongekende benaderingen van de wereld: niet vaak wordt literatuur zo mooi samengevat als bij Judith Schalansky.’
Leesfragment
Het begint niet met een wit blad papier, maar met een wit blok. Ik ontdek het als ik op het buitendek van de veerboot met een bekertje koffie aan de reling ga staan en naar de Thracische Zee kijk, een stralende vlek onderaan mijn gezichtsveld. Het duurt even voor ik het begrijp, al snap ik er niets van: het is een brok, een onzinnig grote brok massief marmer, de zijkanten bij benadering rechthoekig, een kubus bijna, plomp en perfect. Je kunt je verschijningen niet zelf uitzoeken. Ze overvallen je, net als verliefdheden, vanuit je ooghoek, ineens, onverhoeds, uit het niets. Beladen met betekenis versperren ze je de weg. Je staat daar als versteend en houdt je adem in, klaarwakker, eerbiedig en verontwaardigd. Wat kan hemeltergender zijn dan een meerdere meters hoog en meerdere meters breed blok zeep-achtig wit marmer op zijn weg naar de wereld?
Het is begin augustus, even na zevenen, de zon is al op, maar nu verdwenen achter een armada van veelvormige wolken, allemaal even doorschijnend blauw als de heuvelachtige Oost-Macedonische kust aan de horizon, waar we gemoedelijk op afstevenen. De stemming is ingetogen: dieselmotoren ronken, kofferbakken worden dichtgeslagen, broodkruimels in de wind gegooid en door krijsende meeuwen opgevangen in hun vlucht. Ik adem uit, drink mijn koffiebeker in één teug leeg en ga via de stalen trap aan bakboord naar het autodek, zonder het blok uit het oog te verliezen.
