Een echte soldaat is niet een mens. Op zijn vierenzestigste werd de dichter Karol Vasek voorgedragen voor de Nationale Literatuurprijs, tot verrassing van zowel de literaire wereld als het gros van de lezers in Chili. De andere kandidaten waren gerenommeerde vertellers of dichters, en aan een van hen was kort daarvoor de Premio Príncipe de

Asturias toegekend, waardoor iedereen dacht dat hij de prijs zou krijgen als bekrachtiging van dat wapenfeit, een typische reflex voor Chili, waar niets hoger wordt gewaardeerd dan succes in het buitenland.

De statuten van onze hoogste literaire prijs bepaalden dat elke Chileense auteur die ‘zijn of haar leven aan de letteren heeft gewijd’ kan worden voorgedragen voor de prijs, maar de kandidatuur van Vasek kwam uit de lucht vallen en het leek onmogelijk dat de jury die zou aanvaarden. Over zijn leven was weinig bekend, over zijn literatuur nog minder: hij was geboren in het zuiden van Chili, had maar vier dichtbundels gepubliceerd – die nergens te krijgen waren – en had kort in het Chileense leger gediend, in de jaren  voorafgaand aan de dictatuur.

Toen ik over de voordracht hoorde, stond mijn werk voor het onderdeel Cultuur van een politiek tijdschrift dat als katern bij de op één na belangrijkste krant van het land werd verspreid, hevig op de tocht. In de greep van de paniek die ik voelde voor de wekelijkse vergadering, stelde ik, om mezelf uit de brand te helpen, een artikel over Vasek voor, ervan uitgaande dat mijn voorstel zou worden afgewezen. Ik had niet één versregel van hem gelezen, en ik moest een verhaal verzinnen met het weinige wat ik kon vinden op internet.