Het zijn net wormen.
Wat voor soort wormen?
Wormen, overal.
De jongen praat, hij fluistert de woorden in mijn oor. Ik ben degene die vraagt. Wormen in je lichaam?
Ja, in je lichaam.
Regenwormen?
Nee, een ander soort wormen.
Het is donker en ik kan niks zien. De lakens zijn ruw, ze kreukelen onder mijn lichaam. Ik kan me niet bewegen, bedoel ik.
Door de wormen. Je moet geduld hebben en wachten. En terwijl je wacht, moet je het precieze punt zien te vinden waar de wormen ontstaan.
Waarom?
Omdat het belangrijk is, heel belangrijk, voor iedereen.
Ik probeer te knikken, maar mijn lichaam reageert niet.
Wat gebeurt er nog meer in de tuin van het huis, ben ik in de tuin?
Nee, jij bent er niet, maar Carla wel, je moeder. Ik heb haar een paar dagen geleden leren kennen, toen we net in het huis waren aangekomen.
Wat doet Carla?
Ze drinkt haar koffie op en zet het kopje in het gras, naast haar ligstoel.
Wat nog meer?
Ze staat op en loopt weg. Ze vergeet haar slippers, die staan een paar meter verderop, op het trapje van het zwembad, maar ik zeg niks.
Waarom niet?
Omdat ik wil wachten om te zien wat ze doet.
En wat doet ze?
Ze hangt haar tas aan haar schouder en loopt in haar goudkleurige bikini naar de auto. We voelen ons tot elkaar aangetrokken, maar er zijn ook wel korte momenten van afkeer, dat merk ik in bepaalde situaties. Weet je zeker dat deze observaties nodig zijn? Hebben we daar tijd voor?