In Avenida Alem, ter hoogte van nummer 900, stap ik in de taxi. Ik gooi mijn handtas, tas met kleren, map met aantekeningen en envelop met bonnen op de bank. Terwijl ik mijn handschoenen zoek, zeg ik Flores, kruising Bilbao en Membrillar. Stomme naam trouwens, Membrillar, beetje belachelijk. Ik zie een voorname man voor me die gek is op zoete kweeperengelei uit blik. Zal ik de Rivadavia nemen of de Independencia? Ik kan mijn handschoenen niet vinden en geef niet meteen antwoord. Maakt me niet uit, wat u wilt. Independencia is sneller, mevrouw. Mevrouw? Zei hij nou mevrouw? Ik vind mijn handschoenen, kalmeer, reageer niet. Dan neem ik Independencia, mevrouw. Ik reageer nog steeds niet.

Ik kijk de taxi rond. Schone, lege asbak, bordje MET GEPAST GELD BETALEN zonder alstublieft of dankuwel erbij, roze fopspeen aan de achteruitkijkspiegel, hondje zonder eigenwaarde die zijn kop beweegt en tegen alles en ieder een ja zegt. De uitstraling van grondige reiniging en berekende orde werkt op mijn zenuwen. Ik trek mijn handschoenen uit, zoek mijn sleutels, stop ze in de zak van mijn jas. Verbloemde ouderdom irriteert me. Ik kijk uit het raam. Ik ben moe.