‘Ah toe, Omíd! Nog een keer, nog een keer!’
‘Nou, vooruit dan.’ Omíd zucht diep, maar ik zie de twinkeling in zijn ogen. Hij pakt me bij mijn middel vast en tilt me hoog boven zijn hoofd. Ik strek mijn armen als hij begint te draaien. ‘De helikopter van lallá Omíd!’ roept hij. ‘Wie is de volgende passagier?’
Niloufár lacht.
Babá lacht ook en richt even de sproeier van de tuinslang op ons.
Ik joel. Vanuit de hoogte zie ik de waterdruppels op de rozenstruiken glinsteren als minuscule goudstukken.
Omíd schatert en gaat door met draaien.
‘Pas op, Omíd! Als je haar laat vallen, breekt ze al haar botten, één voor één!’ Mama’s stem.
Ik trek me er niks van aan. Ik lach en ik gil, en ik wil dat Omíd nooit stopt. Maar langzaam vermindert hij vaart, tot hij stilstaat en me op het stukje gras naast de potten met kruiden neervlijt.
De geur van koriander.
Ook de hemel stopt met draaien.
Wolken. Veel wolken.
Iemand snikt.
Iemand brult.
‘Zo’n lieve jongen en dan zoiets!’ fluistert iemand in mijn oor.

-

Ik zit rechtop in bed. Mijn tekstboek Latijn glijdt over mijn dekbed en valt op de grond. Het lampje op mijn bureau is aan, ik moet in slaap zijn gevallen terwijl ik aan het leren was voor de proefvertaling van morgen. Flarden van een droom doemen op, maar als ik me erop concentreer vallen ze uit elkaar als sneeuwvlokken op een warme handpalm.

Kwam het kabaal dat ik hoorde uit mijn droom? Maar nee, ik hoor weer stemmen, het zijn mijn ouders die beneden aan het ruziën zijn. Vroeger zou ik van zoiets in de stress schieten, nu voel ik vooral een soort blijdschap. Misschien omdat het zo lang geleden is dat ze ruziemaakten. Ik houd mijn adem in en probeer goed te luisteren naar wat ze zeggen, maar ze zijn weer stil.

Ik spring op om naar Niloufár te rennen. Voordat ik op de overloop sta herinner ik me dat ze zichzelf vanavond weer gesneden heeft, tenminste, dat vermoed ik. Ze zal niet voor me opendoen, dat weet ik van de andere keren. Het maakt niet uit wat ik door de kier onder haar deur of via het sleutelgat fluister, ze zal niet reageren. Het heeft ook geen zin om haar appjes te sturen, mijn zus zet op dit soort avonden haar telefoon uit.